Week de rijstnoedels volgens de verpakking in warm water (meestal 8-10 minuten) tot ze zacht zijn maar nog steeds wat beet hebben. Giet af en spoel met koud water.
Maak de pad thai saus door tamarindepasta, bruine suiker, vissaus en 1 eetlepel Thaise Mix te mengen in een klein kommetje. Roer goed door en zet opzij.
Verhit een grote wok of koekenpan op hoog vuur met 1 eetlepel olie. Bak de garnalen 2-3 minuten tot ze roze en gaar zijn. Bestrooi met de resterende eetlepel Thaise Mix. Schep uit de pan en houd warm.
Voeg nog 1 eetlepel olie toe aan dezelfde wok. Fruit knoflook en sjalot 1 minuut tot ze geurig zijn.
Schuif het knoflook-sjalot mengsel naar de rand van de wok en breek de eieren in het midden. Roer ze snel door tot ze gestold zijn (scrambled).
Voeg de uitgelekte rijstnoedels toe en roer alles goed door elkaar. Giet de pad thai saus erover en blijf roeren tot de noedels gelijkmatig bedekt zijn en warm zijn (2-3 minuten).
Voeg de gebakken garnalen, taugé en lente-ui toe. Roer nog 1-2 minuten tot de taugé net zacht begint te worden maar nog knapperig is.
Schep de pad thai op borden en garneer met gehakte pinda's, verse koriander en limoenparten. Serveer meteen.